Therese/ oktober 16, 2017/ Geen categorie

Wanneer je kind in groep 6 zit zal het regelmatig toetsen maken die conform de methode zijn. Rekentoetsen, taaltoetsen, dictees voor spelling, toetsen voor wereldori├źntatie en misschien zelfs wel toetsen voor bewegingsonderwijs en Engels.

Elke school moet bijhouden wat de resultaten van leerlingen zijn. Dat gebeurt doorgaans aan de hand van een leerlingvolgsysteem. Een leerlingvolgsysteem geeft aan hoe kinderen scoren op verschillende toetsen en helpt leerkrachten om uiteindelijk een keuze te maken voor het voortgezet onderwijs.

De Cito-toets rekenen levert voor veel leerlingen in groep 6 nog wel eens problemen op. Deze toets komt twee keer voor. In midden groep 6 (M6) en eind groep 6 (E6). Het is aan de scholen wanneer ze de toetsen afnemen, maar de meeste scholen doen dit in november en mei.

Wat wordt er getoetst?

Een Cito-toets toetst de stand van zaken op het moment dat de toets wordt afgenomen. De rekenvaardigheden die bij groep 6 horen worden in de M6 en E6 toets dan ook uitgebreid behandeld. Zo komen onderwerpen aan bod als:

  • Optellen en aftrekken
  • Vermenigvuldigen en delen
  • Maten en gewichten
  • Geld
  • Tijd (analoog en digitaal)
  • Breuken, kommagetallen en procenten

Hoewel leerlingen in groep 7 ook nog een heel belangrijke slag slaan op het gebied van rekenen, is het wel belangrijk dat de basis in groep 6 goed zit. En dat is dan ook precies wat de Cito-toets rekenen in kaart probeert te brengen. De uitslag van deze toets geeft de leerkracht dan ook veel informatie.

M6 en E6

De M6 toets zal minder toetsen dan de E6 toets, want tijdens de E6 toets hebben de leerlingen natuurlijk een half jaar meer rekenonderwijs genoten en worden er dus ook meer verwachtingen gesteld. De afname van de M6 en E6-toets is voor alle kinderen gelijk. Deze wordt vaak gedurende drie ochtenden afgenomen. Leerlingen werken dan vanuit een boekje en geven antwoord op een apart blaadje, dat helemaal in de Cito-stijl is.

De leerkracht kijkt de toets na en krijgt vervolgens een vaardigheidsscore, een didactische leeftijd en een percentiel met schaalscore. Die gegevens zijn belangrijk om op te nemen in het leerlingvolgsysteem, want ze geven een goed beeld van waar een kind staat.

Vaardigheidsscore = de score waarop een kind de toets gemaakt heeft. Het is de bedoeling dat deze vaardigheidsscore een stijgende lijn laat zien, toets na toets.

Didactische leeftijd = ieder schooljaar telt 10 maanden. Wanneer een leerling in groep 3 begint is de didactische leeftijd dus 1, maar aan het begin van groep 4 al 10. Zo komen er elk jaar 10 bij. Een leerling met een didactische leeftijd van bijvoorbeeld 40 hoort in groep 6 te zitten (en niet in groep 7).
Achterstanden zijn op deze manier door de school goed in kaart te brengen.

Percentiel = in vergelijking met de rest van de klas of heel Nederland kan gekeken worden hoe een toets gemiddeld wordt gemaakt.

Schaalscore = een indicatie van het vervolgonderwijs op basis van de Cito-richtlijnen. De schaalscore is doorgaans een Romeins cijfer waarbij overwegend I voor vwo staat en overwegend V voor vmbo-bbl met eventuele ondersteuning.

Conclusie

Maakt jouw kind in groep 6 de Cito-toetsen voor rekenen in Midden en Eind? Dan maakt het de bekende M6 en E6 toetsen. Een goede voorbereiding kan helpen het beste uit de toets te halen. De toets brengt onder meer vaardigheidsscore, percentiel, didactische leeftijd en schaalscore in kaart, waarmee de school een duidelijke richtlijn heeft van wat een leerling aan kan en waar nog aan gewerkt kan worden. Zo wordt een leerling goed voorbereid op het verdere onderwijs tot aan de middelbare school, op het gebied van rekenen (en wiskunde).

Share this Post